door René Janssen en Eddy Silva

De woningmarkt werkt nog onder het 19e eeuwse idee met het gezin als basis. De driedeling op basis van inkomen houdt weinig rekening met specifieke wensen en Schiedam moet zich wapenen om geen “dumping ground” te worden voor omliggende gemeente. Dat vraagt een creatieve en regionale aanpak.

De gemeente zorgt ervoor dat Schiedam voldoende woningen heeft voor haar inwoners. Dat dit stukje Nederland al zo dicht bebouwd is maakt dat een enorme opgave. Een soort puzzelen voor gevorderden.

Grofweg verdelen we de “woningmarkt” in drie typen: hoge, midden en lage inkomens. De belangrijkste opgave van een gemeente ligt bij het verzorgen van woningen voor lage inkomens. Daar waar hoge en midden inkomens “mobiel” zijn in de woningmarkt moeten lage inkomens het vaak maar doen met wat ze aangeboden wordt. 

Het klinkt misschien verrassend, maar er zijn mensen die niet genoeg inkomsten om de marktwaarde van de echte huur te betalen. Voor hen hebben we gesubsidieerde sociale woningen. In veel gevallen kunnen de betrokkenen ook nog huursubsidie aanvragen. Waarom mensen die het minimum loon verdienen zelf niet in staat zijn om de volledige huur te betalen, blijft een vraag voor Den Haag, daar kan Schiedam niets aan veranderen. Feit is dat we ze moeten helpen, we willen immers de krottenwijken van de 19e eeuw met al hun sociale en medische problemen niet meer terug.

Dan hebben we de mobiliteit die gefaciliteerd wordt: een volledig gezin passen in een woning die voor een stel bedoeld is gaat niet werken, een ouder echtpaar in een eengezinswoning die grotendeels leeg staat ook niet. In elke sector dienen genoeg woningen voor handen te zijn zodat het ouder echtpaar dat besluit kleiner te gaan wonen, en zodoende ruimte te maken voor het jonge gezin, dit ook kan.

Gezegd wordt dat behoefte aan sociale woningen in de komende jaren afneemt, maar de wachttijd voor een sociale woning is nog steeds 40 (!) maanden. Snapt u dat? Met zo'n 2000 nieuwe woningen zou Schiedam een slag kunnen maken. Dan wordt de vraag in een College al snel: zetten we vrijstaande villa’s neer, moderne “twee-onder-een-kap”-woningen? Een discussie die de kwetsbare groepen vaak negeert, omdat elke gemeente woningzoekenden met lage inkomens liever kwijt dan rijk is.

Het SLV vindt dat een tweeledige en meer creatieve aanpak nodig is. Vooropgesteld, er moet gebouwd worden voor de Schiedamse woningzoekende.

Die inkomens-driedeling, gebaseerd op de kerneenheid “het gezin”, houdt geen rekening met wat we tegenwoordig eenpersoonshuishoudens noemen. De ontwikkeling van de maatschappij vraagt een meer gevarieerde aanpak: kleine woningen, woningen voor jongeren, studenten en ouderen, woningen net boven de huurgrens zodat mensen uit sociale woningen kunnen doorstromen en hun woningen voor anderen beschikbaar maken. Het SLV pleit voor een creatief en gevarieerd woonaanbod, waarin rekening gehouden wordt met de wensen van deze groepen. Het vraagt ook een creatievere en klantgerichte aanpak van woningbouwverenigingen. “Weet ik niet” blijkt maar al te als “kan niet” uitgelegd te worden, tot frustratie van bewoners.

Een ander onderdeel is dat alle gemeentes in de Rijnmond hun eigen belang vooropstellen en ook alleen daar naar handelen. Afstemming tussen de gemeentes onderling vind zelden of nooit plaats. Er zijn voorbeelden te over van gemeenten die wijken aanpakten, waar de laagste inkomens woonden, en vervolgens omliggende gemeenten opzadelden met deze inwoners: de huizen die er voor in de plaats kwamen waren helaas een stuk duurder. Jammer, joh. Het probleem verplaatsen buiten de gemeentegrenzen noem je dat. Kleinere gemeenten trekken daarin meestal aan het kortste eind.

Daarom is er na de verkiezingen een sterk college nodig dat in regionaal verband naar de woningvraag gaat kijken. We moeten ons ook op het Stadserf realiseren dat Rotterdam en Vlaardingen misschien bestuurlijk ver weg zijn, maar in werkelijkheid aan de andere kant van de straat liggen. Dat betekent niet alleen dat we moeten overleggen, maar ook dat het college alle bestuurlijke beleefdheden aan de kant schuift als een grote gemeente de kleinere wil opzadelen met voor die grote stad “ongewenste” groepen.

Daarnaast hebben we een college nodig dat een meer gevarieerde aanpak voorstaat zodat ruimte gecreëerd wordt voor meerdere doelgroepen: tiny houses voor beginnende studenten wordt genoemd. Maar wat te denken van bijvoorbeeld “hofjeswoningen” vlak bij zorgaanbieders voor senioren? Het is niet alsof we dit uit de duim zuigen: er zijn meerdere voorbeelden in binnen- en buitenland die bewijzen dat een dergelijke aanpak werkt en als aantrekkelijk wordt ervaren.

De raad zal vooral moeten kiezen welke problemen van groepen het eerst worden opgelost. Alles tegelijk is onmogelijk. Vooral omdat de ontwikkeling van de wensen voor woningen enorm snel veranderen en dat vandaag ook al doen. Het SLV kiest ervoor om de meest kwetsbare groeperingen in deze, waar de nood het hoogst is, als eerste aan te pakken.

Laten we eerst onze eigen problemen oplossen, en borgen dat nieuwe woningbouw niet een opvang wordt voor groepen uit buurgemeenten. Laten we tegelijkertijd ook in regionaal verband kijken naar wat er nodig is.  Poetsen, niet.. enfin, u begrijpt het punt.