In de media is de afgelopen periode hernieuwd aandacht geweest voor fraude met uitkeringen, in die zin dat bij aanvragen van uitkeringen en het aangaan van schuldsaneringen vermogen in het buitenland wordt verzwegen. Dit is uiteraard niet een probleem wat opeens nu is ontstaan, maar wat al vele jaren speelt en bekend is.

Een en ander geeft aanleiding tot de navolgende vragen. Graag zien wij een prompte beantwoording tegemoet.

 

1.    Zijn er sinds het ontstaan van MVS Stroomopwaarts casussen geweest waarin geconstateerd werd dat buitenlands vermogen is verzwegen.

a.    Om hoeveel casussen heeft het zich hier gehandeld, uitgesplitst per jaar en betrokken land.

b.    In voornoemde casussen, kon worden vastgesteld om welk vermogen het ging en kan een uitsplitsing hiervan toegevoegd worden? (voorbeelden: onroerende goederen, buitenlandse bankrekeningen, enzovoorts)

c.     Zijn er landen of situaties die hierbij volgens MVS Stroomopwaarts significant of structureel zijn? Zo ja, welke, zo nee, waarom niet?

d.    Zijn er met de betrokken landen belastingverdragen of verdragen anderszins die hadden moeten leiden tot melding?

2.    In hoeveel gevallen heeft geconstateerde fraude geleid tot maatregelen?

a.    In hoeveel gevallen heeft de geconstateerde fraude geleid tot beëindiging van de uitkering of terug vordering van de uitkering?

b.    In de gevallen waar dit niet heeft geleid tot sancties: kan aangegeven worden waarom niet? Zo nee, wat is de reden daarvoor?

c.     Wat is de totale omvang van de bedragen die in dergelijke situaties sinds het ontstaan van MVS Stroomopwaarts zijn teruggevorderd?

3.    Hoe wordt omgegaan in situaties waar een dergelijke fraude is geconstateerd en er minderjarige kinderen is het spel zijn?

a.    Leidt dit tot een melding bij instanties als jeugdzorg of kinderbescherming?

4.    Hoe wordt omgegaan met externe meldingen, door professionals, zoals (WSNP-) bewindvoerders, belastingdienst, curatoren?

5.    Controle is lastig, doch zeker niet onmogelijk. Op welke wijze worden verzwegen vermogens in het buitenland gecontroleerd en onderzocht?

a.    Welke middelen kan het college hiervoor aanspreken?

b.    Wordt hiervoor samengewerkt met externe partners of met instanties in het land waar het vermeende vermogen zich moeten bevinden?

6.    Wordt in MVS-verband tussen bijvoorbeeld Maassluis, Vlaardingen en Schiedam één lijn getrokken of heeft ieder college zijn eigen beleid?

7.    Indien er nog geen duidelijk beleid bestaat over het aanpakken van uitkeringsfraude als in deze bedoeld, is het college dan bereidt om tezamen met de andere MVS-gemeentes tot een eenduidig beleid te komen?

 

Namens het SLV Schiedam

 

Met vriendelijke groet,

 

 

René B. Janssen