door Danielle Hollander

Een Amerikaanse spreker stelde ooit de vraag “hoe kan het zijn dat we in onze maatschappij zo weinig geven om hen die zo veel betekenen in ons leven, zoals verpleegsters en leraren, en tegelijkertijd zoveel om mensen die zo weinig invloed hebben zoals voetballers en soapsterren”. Hij doelde hierbij op de beloningen, maar dat zal u al duidelijk zijn geweest.

Het is in het nieuws geweest dat scholen kinderen niet meer mogen weigeren om mee te gaan op schoolreis als de ouders de -vrijwillige- ouderbijdrage niet betaald hebben. Terecht, zo vind ik, want geen kind mag buitengesloten worden of zich “apart” voelen. Het werd bekend dat scholen en ouderraden zich in het verleden schuldig maakte aan werkelijk schrijnend gedrag waarin kinderen gestigmatiseerd of anders behandeld werden op grond van het niet betalen van -vrijwillige- ouderbijdragen.

Het is echter een onderdeel van een groter probleem: de school waar ik naar toe ging had een conciërge, schoonmakers, er liep een schoolhoofd rond en er was een administratieve kracht waar mijn moeder naar toe belde als ik ziek was. Dat is echter verleden tijd. Als ouder merk ik dat het vandaag de dag op veel scholen er anders aan toe gaat, vaak niet omdat ze het willen, maar omdat ze het moeten.

Het SLV beseft bijzonder goed dat de school wel degelijk deze bijdrage nodig heeft om onderwijs en alles wat daarbij hoort voor onze kinderen te bekostigen. Sommige scholen doen acties om extra geld “te verdienen” zoals papier inzamelen, sponsorlopen of andere ludieke acties om schoolreisjes en andere activiteiten voor onze kinderen mogelijk te maken. Het SLV juicht dit toe. Creatief ondernemerschap kan je niet vroeg genoeg leren.

Tegenwoordig wordt er een steeds grotere druk op ouders gelegd vanuit scholen die hun begrotingen gekort zien, en het moeten doen met de inzet en financiële steun van ouders. Ouders die niet meer in de traditionele rolverdelingen zitten: gezinnen zijn meestal tweeverdieners die met hun tijd moeten goochelen, of eenoudergezinnen die alle zeilen moeten bijzetten om datgene te doen wat elke ouder wil. Een goed en beter leven schenken aan hun kind, en het kind de mogelijkheid geven datgene te bereiken wat het kan.

Er zijn ook ouders die, vaak buiten hun schuld, in een bestaansminimum terecht komen. Die met angst en vreze de eindjes aan elkaar moeten knopen elke maand. Ouders voor wie de vrijwillige bijdrage dezelfde klap oplevert als de belastingaanslag voor anderen.

Voor de extreem lage en laagste inkomens zijn er regelingen getroffen: bijzondere bijstand, tegemoetkoming in studiekosten, en de Stichting Leergeld. Indien een ouder uit een minima huishouden zich geconfronteerd ziet met een, vaak nogal dwingend, gestelde eis kan de Stichting Leergeld bemiddelen.

Maar het SLV vindt ook dat dit onderdeel moet zijn van een bredere maatschappelijk discussie: ten eerste, je kunt niet claimen dat de jeugd de toekomst is, onderwijs de basis van de maatschappij als je er geen middelen aan geeft. Wat zegt het over het belang van onderwijs als een ouder nog even de school moet soppen na het werk?

Ten tweede, voor iemand die van een minimum of net boven minimum  moet leven is een bijdrage van 100 euro een veel grotere aanslag dan voor een ouder die netto 3500 euro verdiend. Is het wellicht zinvol om de bijdrage inkomensafhankelijk te maken?

Beide discussies wil het SLV wel aan.

Het SLV heeft verankerd in haar principes dat elke inwoner van Schiedam gelijke kansen moet hebben, en niet “apart” moet worden gezet op basis van afkomst, overtuiging of inkomen. Wij willen er samen met u voor zorgen dat onze kinderen in ieder geval niet de “kinderen van de rekening” worden.

Steunt u dit of ziet u dit anders? 21 maart heeft u de keuze om uw mening te laten gelden.