door Arie van Wingerden

De “zorg” gaat al een tijdje een kant op waar we met angst naar kijken. Dit signaal lijkt ook in Den Haag te zijn aangekomen: eerder werd bekend dat in 2022 er 125.000 banen in de zorg bij moeten komen. Bijbehorend budget is 347 miljoen. Is het nu opgelost? Nee. Zijn we in de buurt van een oplossing? Niet helemaal: de branche wil gediplomeerd personeel en die zijn niet morgen opgeleid.

Rond de eeuwwisseling werd begonnen met de privatisering van de zorg. De markt was de oplossing. Het is een feit dat dit mislukt is. Kosten rijzen de pan uit, zorgverzekeringen willen meepraten over nut en noodzaak van uw behandeling en zitten op vermogens alsof ze een volgend Pestepidemie verwachten.

We hebben wachttijden: dat is efficiënt, want dan hou je medewerkers acht uur aan het werk. Wat de patiënt daar van vindt, dat is niet belangrijk. We kregen de administratie-manie: artsen en zorgaanbieders moeten formulier na formulier invullen. Een arts verzuchtte: “ik wil patiënten behandelen, maar ik moet administreren, registreren en formuleren”. De werkdruk is overweldigend, maar volgens de Minister kan er vast nog wel een uurtje bij.

Toen kwam de budget polis: patiënten moeten hun chemokuur eerst even pinnen of mogen alleen in Groningen behandeld worden. Toen kwam de conclusie “de zorg is te duur en werkt niet goed”. Joh, echt? Zij-instromend winkelpersoneel zou de oplossing zijn, ziet u het voor u bij uw operatie: “wilt u een tasje of neemt u het zo mee”?

Een vraag waar u over mag nadenken: is uw gezondheid iets waar bedrijven winst over zouden moeten kunnen maken?

Nog een vraag, als mens: is de behandeling van een terminaal kind “te duur”? Zijn die laatste menswaardige momenten van uw vader of moeder “te duur”? Zijn meervoudig gehandicapte kinderen waarvan de ouders elke dag vechten om het hoofd boven water te houden “te duur”? Daar hebben we het immers over. Niet een anonieme “zorg cliënt”, maar onze eigen familie, buren, vrienden en kinderen.

In Schiedam moeten we niet meer rekenen op Den Haag, NVZ, ZN of welke afkorting dan ook. We zullen zelf stelling moeten innemen. Het recht op gezondheidszorg is een internationaal verankerd mensenrecht. Betekent dat we akkoord gaan met een doekje voor het bloeden en dat dan zorg noemen? Nee. Dat betekent dat verankerd moet worden dat een hoogwaardige zorg geen streven, maar een gegeven is. Dat betekent creatief zijn, luisteren naar zorgaanbieders, behandelaars, patiënten en op elk niveau de kwaliteit borgen.

Het SLV wil daarom een samenwerking met alle partijen: wij zijn voorstander van het sluiten van een breed convenant tussen gemeente, zorgaanbieders, behandelaars en patiënten. Hier gaan we landelijk onbekend terrein in, maar het SLV is er van overtuigd dat de gemeentelijke overheid met de zorgaanbieders een krachtigere combinatie kunnen vormen. Een combinatie waarin de patiënt voorop staat, niemand zonder noodzakelijke hulp zit, en fouten snel worden opgelost. Het SLV is ook van mening dat zorg een taak is waar zaken als “winst” en “omzet” niet leidend mogen zijn.

Laten we het idee loslaten dat zorgaanbieders het alleen moeten doen. Het gewicht van de gemeente moet hier op rusten: het gaat om het welzijn van onze inwoners.

Het SLV wil dat we als gemeente en zorgaanbieders lokaal vast stellen wat we nodig hebben, en hoe we dit kunnen borgen. Samenwerken in plaats van toekijken. De volgende stap is in gesprek gaan met de regio om te kijken wat die doen, gedaan hebben en hoe effectief het is. Het SLV is bereid om met iedereen te praten die zinvol aan deze discussie kan meedoen en het belang van de patiënt voorop stelt. Als we ons realiseren dat we als gemeenschap op een koers zitten die niet werkt, waarom gaan we er dan mee door? Het SLV zegt: het werkt niet, dus stop, en keer om. Slecht beleid wordt niet beter door er meer geld naar te gooien.

Wij willen een lokaal en regionaal overleg, waarin we vaststellen dat de gemeente de coördinatie en de verantwoordelijkheid voor de goede zorg bewaakt en waarbij de volgorde is dat het belang van de patiënt als eerste komt, en kosten als tweede. Vaststellen wat we als gemeenschap kunnen doen om dit te waarborgen, welke middelen we kunnen inzetten en hoe we los kunnen breken van al die organisaties die het allemaal zo goed weten, maar meer dan mooie woorden niets leveren.

Het SLV wil die handschoen oppakken, en wij weten dat we daar op de steun kunnen rekenen van meerdere partijen.