Door René Janssen

De sleepwet brengt weer allerlei meningen boven. Meningen die een paar oude -ontkrachte- argumenten herhalen. Gebaseerd op de rotsvaste overtuiging van de eigen onschuld, en het vergeten dat privacy noodzakelijk is voor het mens-zijn. Een aantal argumenten op een rij.

“Als je niets fout doet, dan heb je toch niets te verbergen?” Een argument dat vaak gebruikt wordt zodra we het over privacy, camera’s op straat, etc. hebben. Dit argument wordt elke keer onderuit gehaald, en niet door handige praters, maar door bladen als de Harvard Law Review. Uit onderzoek blijkt dat vooral de goedopgeleide middenklasse dit argument makkelijk accepteert omdat zij er van uitgaan dat de afluister programma’s niet tegen hen gericht zijn. Zij hoeven toch geen strafbare feiten te verdoezelen? Probleem is: privacy is niet bedoeld om “strafbare feiten te verdoezelen”, maar een mensenrecht en een voorwaarde om te ontwikkelen met enige vorm van waardigheid.

We verdelen de wereld in een publieke en private sfeer: als we op straat lopen, in een winkel staan, dan is dat de publieke sfeer, dan kun je bekeken worden door anderen. Wat we doen in onze woning noemen we de private sfeer. In die woning mogen we enige privacy verwachten. De privacy om in uw neus te peuteren, luide winden te laten, in uw dagboek te schrijven, stiekem porno op internet te bekijken, ruzie te maken met uw partner, maar ook de liefde te bedrijven. Handelingen die we niet zomaar op straat doen, of, zoals in het geval van neuspeuteren en winden laten, waarvan je hoopt dat mensen dat eens niet openbaar zouden doen. Niet strafbaar, maar we willen er wel privacy voor. Een kind dat een dagboek begint, pleegt geen strafbaar feit, maar creëert een private ruimte waarin hij/zij gedachten en ervaringen kan ordenen. Vindt u het acceptabel om openlijk in het dagboek van uw zoon of dochter te bladeren?

Een ander argument is dat privacy als idee pas in de 20e eeuw (door linkse partijen) ontwikkeld is, en dat we voor die tijd geen privacy hadden. Alles gebeurde in een soort publieke sfeer. Het is dus een luxe. Dat is niet waar: de oude Grieken en Romeinen erkenden al een verschil tussen de twee, en in de vroege middeleeuwen zijn er interessante brieven over het respecteren van de “persoonlijke” en “publieke” leefomgeving geschreven door leiders van een behoorlijk conservatieve katholieke kerk.

Volgende variant: als je niets fout doet, dan ga je toch gewoon je gang? Feit is, dat doe je niet. Wel eens in de auto gezeten en ineens rijdt een politie auto naast je? Je doet niets fout, maar toch wordt je alert. Een aantal jaren geleden besloot de Duitse regering, net zoals in Nederland, om email vast te leggen en overwoog dit ook met telefoon te doen. Een aantal Duitse psychologen en psychiaters merkten dat patiënten terughoudend werden om hun problemen per telefoon of per mail te bespreken. Ze wisten niet wie er meeluisterde. Het hinderde deze artsen in hun behandeling van de patiënten. Geen enkel strafbaar feit werd gepleegd of overwogen. Ander voorbeeld, een docent internationale politiek aan een universiteit in Californië gaf opdracht aan zijn studenten om Al Qaeda te onderzoeken. De studenten weigerden de opdracht te doen: ze waren bang dat als ze zouden googelen of boeken zouden lenen dit wel eens op zou kunnen vallen bij de FBI. De docent heeft de opdracht laten vallen. Weer: geen enkel strafbaar feit werd gepleegd of overwogen. In beide gevallen pasten mensen hun gedrag aan om te voorkomen dat ze negatief zouden opvallen. En voor u denkt “dit is allemaal buitenland”, ook in Nederland gebeurt dit, we kunnen allemaal wel discussies bedenken waarin we enige zelfcensuur toepassen en voorzichtiger met onze mening omgaan.

Stel je die politie auto van zojuist voor, maar dan geparkeerd voor je woonkamer raam, of, erger nog, in je woonkamer, je pc en telefoon. Bladerend door het dagboek van je kind.

Daarnaast hebben we ook het fenomeen van “vis expedities”. Dit is een Amerikaanse uitdrukking voor analyseren van data om strafbaar of verdacht gedrag te vinden. Dat gebruiken we vandaag al om radicaliserende personen te identificeren. Herinnert u zich het “ik doe toch niets fout” argument? Jammer voor u, maar dat bepaalt de overheid: niet u.

Ga eens bij uzelf na: heeft u wel eens een plaatje geliked op facebook of een grapje geforward of verteld waarvan u wist dat het eigenlijk niet kon? Stel de overheid gaat een punt maken van het bestraffen van racistisch of seksistisch gedrag (geen onmogelijkheid in ons tijdsgewricht). Het eerste wat ze dan zullen doen is door de reeds beschikbare data heen kammen om uit te vinden of er wellicht personen zijn die dit gedrag reeds vertoond hebben. Ze komen u ongetwijfeld tegen. Gefeliciteerd: u heeft een vlaggetje achter uw naam. U heeft namelijk in het verleden dit soort dingen gedaan, en de kans bestaat dus dat u dit in de toekomst ook gaat doen. Dat het toen absoluut niet strafbaar was, is niet belangrijk: we gebruiken het toch alleen maar als “indicatie”?

Er zijn twee belangrijke overwegingen: “wie bewaakt de bewakers?” en “absolute macht corrumpeert absoluut”. Wie garandeert u dat iemand niet even stiekem in uw dossier gaat gluren als hij naast u komt wonen? Dat die paar keer dat u misschien politiek incorrect was de aandacht opvraagt van een overijverige officier van justitie? Dat brengt mij tot de vragen: ze hebben het recht, dus waarom zouden ze het niet doen? Wie houdt ze tegen en hoe kun je dat controleren? Belangrijke vragen die nooit beantwoord worden. De geschiedenis leert ons: als je iemand een recht geeft, gaat hij/zij daar gebruik van maken.

Kardinaal Richelieu zei ooit “geef mij zes zinnen, geschreven door de meest eerlijke man in Frankrijk, en ik kan hem laten ophangen voor iets”.  Hij begreep de waarde van bewaken, aftappen en afluisteren. We doen allemaal wel eens iets dat niet door de beugel kan, bewust of onbewust. Een Engelse schrijver merkte eens op “Het is onmogelijk om de straat op te lopen en niet binnen een paar meter een of andere wet te overtreden”.

Privacy is niet een linkse “luxe”, maar ook geen rechts “heikel punt”. Het is een noodzakelijk iets voor onze ontwikkeling, de verwerking van onze fouten, de uitoefening van onze burgerrechten: de dingen die ons mens maken. Privacy is noodzakelijk om ons te beschermen tegen het manipulatief karakter van bedrijven als Facebook en Google, die uw leven en online gedrag verkopen aan de hoogste bieder. Daarom hebben we het recht om “vergeten” te mogen worden en is stevige controle nodig. Maar belangrijker nog: privacy is noodzakelijk voor onze bescherming tegen de nukken van een overheid, zelfs als we niets fout doen.

We doen niets fout als we de liefde bedrijven, we doen niets fout als we googelen op ISIS, we doen zelfs niets fout als een meningsverschil wat luider wordt uitgesproken dan strikt noodzakelijk. We schrijven dagboeken, we zingen (relatief slecht) onder de douche, we starten boze mails of liefdesbrieven die we dan nooit versturen. Dat maakt ons niet verdacht, dat maakt ons mens. Privacy is geen luxe, het is noodzaak.

Denk hier eens over na, voordat u uw mening over de sleepwet geeft op 21 maart.